skip to Main Content

Ons gedeeld koloniaal- en slavernijverleden

 

Sinds enkele jaren is er in onze Nederlandse samenleving sprake van een hernieuwde interesse en aandacht voor ons gedeeld koloniaal- en slavernijverleden. De historische betekenis en achtergrond hiervan bleef lange tijd in grote delen van onze samenleving onbesproken. Op scholen werd hieraan nauwelijks aandacht besteed. De afgelopen jaren is er een groeiende belangstelling voor kennis van dit verleden.

Ook de Haagse Gemeenschap van Kerken onderkent de noodzaak van het herdenken van ons gedeeld koloniaal- en slavernijverleden. Dat doet zij o.a. door actief bij te dragen aan de

1 juli Keti Koti dialoog en viering. Op 1 juli 1863 werd de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën afgeschaft. Echter, moesten de tot slaaf gemaakte Afrikanen nog 10 jaar langer doorwerken op de plantages in Suriname. De Nederlandse overheid ging over tot financiële compensatie voor de slaveneigenaars. De tot slaaf gemaakte Afrikanen bleven met lege handen achter en werden aan hun lot overgelaten. De rol van kerken in dit deel van de geschiedenis is nog steeds onderwerp van onderzoek. Het gaat om een zeer complexe geschiedenis. Vast staat dat tot heden de effecten van dit gedeeld koloniaal- en slavernijverleden voelbaar zijn voor nakomelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Sommigen wijzen op trauma’s die over generaties heen zijn doorgegeven. Of op houdingen van superioriteit en inferioriteit bij witte en zwarte Nederlanders. Anderen gaan een stap verder en zien een direct verband tussen het koloniaal- en slavernijverleden met hedendaagse vormen van sociale en institutionele racisme. De recente Kabinet’s erkenning van het institutioneel racisme bij een deel van de fiscus is daarom ook veelbetekenend.

Van verschillende bankinstellingen komt voorzichtige erkenning voor de wijze waarop is geprofiteerd van de slavenhandel. De vergaarde rijkdommen zijn o.a. te zien aan de vele monumentale panden aan de Amsterdamse grachtengordel. Maar ook in Den Haag zijn er aanwijsbare sporen van deze rijkdommen.

In Rotterdam bestaat er een ‘levend’ monument die dit verleden markeert. Dat werd in 2013 onthuld op de Loydpier in Delfshaven. Niet alleen kooplieden, maar ook Rotterdamse bestuurders hebben zich verrijkt aan slavernij en slavenhandel. Van Delfshaven vertrokken de schepen via Afrika naar de West om daar hun ‘handelswaar’ (lees: tot slaaf gemaakte mensen) te verkopen en om vervolgens met exotische producten als suiker en koffie terug te keren naar Rotterdam.

Ook Den Haag wil dit verleden permanent herdenken in de vorm van een slavernijmonument. Peggy Wijntuin die toen het initiatief voor het Rotterdamse monument nam, is nu door Stroom Den Haag aangewezen om een voortrekkersrol te vervullen voor een Haags slavernijmonument. Hiermee wil Den Haag bijdragen aan het collectief bewustzijn, waar de erfenis van het koloniaal- en slavernijverleden in de stad om vraagt.

Aan dit collectief bewustzijn wil de HGK bijdragen. Door o.a. het faciliteren van dialooggesprekken tussen alle bewoners van Den Haag. Daartoe is er op 1 juli een Keti Koti dialoog en viering in de Emmauskerk in Den Haag. Dergelijke dialogen vragen moed en een eerlijke en open houding naar elkaar. Dat is vooral nodig, omdat herinneringen aan het Nederlandse koloniaal- en slavernij verleden pijnlijk zijn en moeilijk om onder ogen te zien. Die dialoog vereist lef om bevrijd te worden van de pijnlijke erfenis van dit verleden. Alleen als bevrijde mensen kunnen wij een gezamenlijke toekomst bouwen. De dialoog draagt daarom als thema: “Bevrijding is voor ons allemaal”.

 

Back To Top
X