skip to Main Content

Omgekomen vluchtelingen herdacht bij de Hofvijver

Voor de derde jaar op rij heeft de HGK met Cordaid en het Haagse Vredes Initatief en Wereldhuis een bijeenkomst georganiseerd. Een aantal vluchtelingen sprak: Raneem Halabi (17 jaar uit Syrië) vertelde haar vluchtverhaal, Nassar Yahya die ook uit Syrië afkomstig is, las twee gedichten voor en Amer Shanati speelde op de Ud. De voorzitter van de HGK sprak een bezinning en een gebed uit. Hier volgt zijn tekst:

 

Herdenking omgekomen vluchtelingen 3 november 2019 – HGK

Opnieuw staan we hier aan de oever van de Hofvijver om de omgekomen vluchtelingen te herdenken. Allerzielen is de herdenkingsdag van de gestorvenen van onze eigen geloofsgemeenschap, maar we bidden evenzeer voor hen die gestorven zijn zonder dat hun naam bekend is. Opnieuw staan we hier omdat de stroom vluchtelingen nog steeds de gemoederen bezig houdt en de wereld niet in staat is om een veilige woonplek te bieden aan alle mensen, een plek waar zij zich kunnen ontplooien en gelukkig kunnen zijn. De staatssecretaris constateert dat er steeds meer mensen uit economische motieven hierheen vluchten. Voor ons maakt dat niet uit: het gevolg is dat nog steeds mensen verdrinken, in de woestijn omkomen of dood worden aangetroffen in vrachtwagens, omdat er geen begeleiding is of onvoldoende maatregelen die mensenhandel tegengaan.

Wanneer we de gestorven migranten vandaag gedenken, kijken we ook naar onszelf. Zoals paus Franciscus schrijft in zijn boodschap voor de werelddag voor vluchtelingen en migranten 2019: het gaat op deze dag niet alleen om migranten, maar ook om onze eigen angsten en zorgen. De grote termen die soms worden gebruikt zoals ‘tsunami van vluchtelingen’ verraden angst. Deze is begrijpelijk, omdat onze samenleving niet voldoende is ingericht om zoveel mensen adequaat op te vangen maar die angst zou niet ons denken en onze beslissingen moeten bepalen. Want dat maakt ons intolerant en uiteindelijk ook tot racisten. Die angst verhindert ons om de ander open en vrij tegemoet te treden.

Het gaat bij deze herdenking ook om onze liefde. De hoogste vorm van liefde is juist aan hen barmhartigheid te betonen die het ons niet terug kunnen schenken. Echte belangeloze liefde en onvoorwaardelijke steun is wat het evangelie van ons vraagt. Indien ik alleen liefde en hulp schenk aan iemand die het mij terug kan geven, wat is daar uitzonderlijk aan?

Tenslotte gaat het om onze menselijkheid. Echte compassie brengt ons tot actie en verbindt ons met de ander. Een naaste is geen object van zorg, maar een mens met wie we in relatie treden. Een onbekende kan ons doen groeien in menselijkheid. Die ontmoeting zal ons nooit armer maken, maar ons altijd verrijken en onze wereld groter maken omdat ook andere mensen tot onze wereld gaan behoren.

Het gaat uiteindelijk om onze gehele mensheid. Kunnen we de wereld op een andere manier inrichten zodat niet grenzen en onveiligheid de berichten bepalen en mensen tot wanhoopsdaden brengen? Vanuit mijn geloof besef ik dat de roepstem van het evangelie mij opdraagt niet te zwijgen in de aanblik van de doden. Als wij daadwerkelijk geven om het leven, houdt dat ook een opdracht in om het leven te delen en ruimte te maken voor de mensheid, ook voor de vluchtelingen die met de droom van een paradijs naar hier komen. Zij worden enorm teleurgesteld. Niet alleen doordat ze aan de deur gezet worden, maar ook doordat er menselijke armoede heerst. De vraag is aan onszelf: welke samenleving hebben we eigenlijk te bieden? Mijn geloof roept me op om mijzelf ook die vraag te stellen.

Gebed op deze dag is ook voeding voor onze ziel. Gelovige en religieuze overtuigingen voeden de mens in zijn/haar bestaan. Het houdt hem/haar open voor de werkelijkheid waarin we leven. Daarin zien we de rauwheid van het bestaan, zien we de doden en de gewonde mensen, beschadigde mensen alom. Maar we zien ook de Geest van de Eeuwige die mensen steeds inspireert om te spreken, te handelen, om iets te doen. Ook wij doen hier iets. Minder belangrijk dan de mensen die daadwerkelijk anderen opvangen, minder belangrijk dan de mensen die voedsel en dekens uit delen, minder belangrijk dan de grote werken van barmhartigheid, minder belangrijk dan het begraven van de naamloze doden.

Maar we hopen dat ons gedenken en ons bidden vandaag gezien en verstaan wordt. We mogen het niet zomaar laten gebeuren dat in stilte de mensen het leven laten. Zij zijn ons dierbaar, ook al kennen we hen niet. Zij horen bij onze wereld, ook al zijn ze nooit hier aangekomen. God houdt ons allen bijeen, God maakt ons tot één mensheid. Wij blijven gedenken en bidden, opdat we niet vergeten.

Gebed

Eeuwige, liefdevolle God, alle mensen zijn in uw hand. We bidden vandaag voor allen die op hun vluchtweg in de wereld het leven gelaten hebben. Voor hen die verdronken zijn, voor hen die in de woestijn omgekomen zijn, voor hen die in vrachtwagens het leven hebben gelaten, voor allen die onderweg naar een verhoopte toekomst gestorven zijn.

We bidden voor de slachtoffers van mensenhandel, we bidden voor de kinderen die met hun ouders aan de hand naar een nieuw bestaan gezocht hebben waar zij hun talenten kunnen ontplooien en nooit zijn aangekomen om hun dromen waar te maken. We bidden voor de kinderen en jongeren die zonder ouders op pad gegaan zijn in de hoop dat zij de mogelijkheden zouden vinden die hun ouders niet konden bieden.

We bidden voor de ouders die hun kinderen zijn voorgegaan op zoek naar een plek om met hen een toekomst op te kunnen bouwen.

We bidden voor de ouders die achter gebleven zijn en onzeker zijn over de toekomst van hun kinderen en jongeren. We bidden voor de families die uiteengereten zijn door de dood, voor de mensen die levenslang verdriet met zich meedragen.

We bidden voor onze leiders van de regeringen. Dat zij hun verantwoordelijkheid beseffen en nooit de menselijkheid vergeten.

Wij bidden voor onszelf, dat we nooit onverschillig worden in de aanblik van dit lijden, dat we hen altijd zien als onze medemensen, dat we blijven beseffen dat ieder mensenleven kostbaar is, dat bij ieder sterven een uniek mens verdwijnt die geroepen was ten leven, met talenten, met het vermogen tot liefhebben. Bij iedere dode is een kans tot leven en liefde beëindigd.

Bidden wij om echte vrede en veiligheid in onze wereld. Ik bid dat in de naam Christus, we bidden dit samen uit naam van de menselijkheid en menswaardigheid.

Amen

 

Ad van der Helm, voorzitter HGK, Den Haag, Hofvijver, 3 november 2019

 

Back To Top
X