skip to Main Content

TEKSTEN DODENHERDENKING 4 MEI

hier staan de teksten van de herdenking op 4 mei op een rij

INLEIDING DODENHERDENKING 2020

De stilte op de dam geeft ruimte aan de vogels in de bomen. Herdenken is ruimte maken voor die stilte die ons doet dromen en denken in een andere richting. In deze weken van zelfisolatie willen we tenminste in onze Geest niet afgesloten raken en ons innerlijk leven verrijken. We gebruiken daartoe de gebruikelijke wegen van lezing en gebed, meditatie en aanbidding. Onze christelijke tradities zijn rijk in handvatten om die weg naar binnen te gaan.

Maar die weg naar binnen staat niet op zichzelf. Die weg naar binnen helpt ons om de naaste en de wereld opnieuw te omarmen en met nieuw elan te bemoedigen en waar mogelijk te helpen. We willen als Haagse Gemeenschap van Kerken aansluiten bij de nationale herdenking in Amsterdam en bovendien een eigen Haags luik toevoegen. Vóór acht uur schakelen we over naar Amsterdam zodat we ook hier langs dit kanaal getuige kunnen zijn van de kranslegging door Zijne Majesteit Koning Willem Alexander en koningin Maxima en ons begeven in de ruimte van diezelfde stilte die in heel ons land gehoord wordt. Vervolgens luisteren naar de toespraak van de Koning, waarna wij hier in Den Haag met muziek dit samenzijn afsluiten.

Daaraan voorafgaand maken we hier in Den Haag in de Grote of Sint Jakobskerk ruimte voor Haagse verhalen van gewone burgers die herinneringen aan de oorlog in hun dagelijks leven meedragen. We luisteren naar de voormalig directeur van het Haags Historisch Museum Marco van Baalen die spreekt over de oorlog in Den Haag en naar dominee Bert Karel Foppen die ons voorgaat in de herdenking van dominee Dirk Arie van den Bosch die, weggevoerd uit Den Haag, in kamp Amersfoort is omgekomen.

Stilte helpt ons een nieuwe taal te spreken. Helpt de crisis van vandaag ook een nieuwe taal te spreken? Dat gaat niet vanzelf. Dat vraagt bekering, dat vraagt verzoening. Iedere dodenherdenking zien wij als kans om dichterbij die verzoening te komen en de ander, ook de kinderen van onze voormalige vijanden, in de ogen te kijken en de hand te reiken. De mensheid wordt nu bedreigd door een grotere vijand die onzichtbaar is. Dit stemt ons tot nadenken.

We hopen en bidden dat dit samenzijn in Den Haag en Amsterdam een bijdrage levert aan die nieuwe wereld waar we alleen nog van durven dromen.

Ad van der Helm, voorzitter HGK

 

Herdenkingsrede uitgesproken door Marco van Baalen in verband met de 4 mei Herdenking op 4 mei 2020 in de Grote Kerk van Den Haag, georganiseerd door de Haagse Gemeenschap van Kerken (HGK)

Vandaag op 4 mei herdenken wij in Nederland allen- burgers en militairen- die in het Koninkrijk der Nederlanden en waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en vredesoperaties.

We herdenken de doden en bezinnen ons op de verschrikkingen van de oorlog waarbij zij het leven lieten. We staan ook stil bij de gebeurtenissen tijdens de oorlog, zoals oorlogsgeweld, de jodenvervolging/Holocaust, de genocide op Roma en Sinti, internering, onvrijheid, terreur, willekeur en het verzet daartegen.

Ook in de stad Den Haag hebben tijdens de vijfjarige bezetting vele van deze verschrikkingen plaatsgevonden en zijn vele bewoners slachtoffer geworden van het Duitse terreurregime.

Morgen op 5 mei, onze Bevrijdingsdag, vieren wij onze vrijheid. Wij vieren dit jaar dat het 75 jaar geleden is dat Nederland op 5 mei 1945 werd bevrijd en bovenal ook dat we sinds 1945 in vrijheid kunnen leven. Dit doen wij in het besef dat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn om de vrijheid door te geven aan nieuwe generaties.

De Tweede Wereldoorlog heeft bij allen die hem hebben meegemaakt en hebben overleefd onuitwisbare indrukken en sporen achtergelaten. (zoals we net ook in de interviews van de ooggetuigen hebben gehoord). Deze oorlog heeft voor velen een grote impact gehad, die hun leven blijvend veranderd en vaak zelfs getekend heeft.

Ook de naoorlogse periode van wederopbouw en herinrichting van ons land en de samenleving kan niet los gezien worden van de impact die de oorlog op iedereen en alles heeft gehad.

Tot op de dag van vandaag werkt dit door. Ook al is het 75 jaar geleden en ondertussen een gebeurtenis uit de vorige eeuw, die zeker voor zeer velen die jonger zijn dan 20 jaar oud zo ervaren zal worden. Zeker als er geen persoonlijke familiegeschiedenis bekend is die een persoonlijke verbinding met de oorlog mogelijk maakt.

Daar staat tegenover dat er vele aansprekende en overstijgende verhalen van de Tweede Wereldoorlog zijn opgetekend, die middels het onderwijs en onze herdenkingstraditie onderdeel zijn gaan uitmaken van ons collectieve geheugen en nu worden gezien als belangrijk immaterieel erfgoed. Mede dankzij het doorvertellen van deze verhalen en herinneringen aan de volgende generaties en het continueren en eigentijds invulling geven aan de herdenking van de oorlog en zijn vele en diverse slachtoffers, is het heel goed mogelijk deze vreselijke periode in de menselijke geschiedenis, waaraan ook Nederland en zijn toenmalige koloniën niet konden ontsnappen, relevant en impactvol te laten zijn en blijven voor het heden en de toekomst van Nederland, Europa en de wereld. Wat dat betreft verdient deze oorlog een ander lot dan de meeste historische oorlogen, die ondertussen definitief tot de verleden tijd behoren. Opdat we niet vergeten! Want zoals het  spreekwoord zegt :“een gewaarschuwd mens telt voor twee”.

 

Wat waren de gevolgen van deze oorlog en bezetting voor Den Haag en haar bewoners?

 

De dreiging van een oorlog heerst al enige tijd, maar voor Nederlanders komt de inval

van de Duitsers onverwacht. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 wordt – voor het eerst in de geschiedenis – een land aangevallen via een luchtlanding met parachutisten.

In de omgeving van Den Haag worden grote aantallen parachutisten gedropt. De Duitsers willen de koninklijke familie, de regering en de legerleiding gevangen nemen om zelf de leiding van het land over te nemen. Op de drie militaire vliegvelden rond Den Haag (Valkenburg, Ockenburgh en Ypenburg) landen Duitse vliegtuigen om manschappen en materieel af te zetten. De aanval verloopt niet volgens plan. Vliegtuigen zakken weg in de drassige grond en kunnen niet meer opstijgen, waardoor de vliegvelden niet meer gebruikt kunnen worden als landingsplaats door volgende vliegtuigen, die vervolgens moeten uitwijken naar het strand en andere locaties. Van de 10.000 soldaten die bij Den Haag hadden moeten landen, bereiken slechts 3500 de Haagse grond.Nederlandse militairen stellen zich heftig te weer; op en rond de vliegvelden wordt dagenlang gevochten en minstens 2735 Duitse militairen worden uitgeschakeld. Ongeveer 515 Nederlandse militairen sneuvelen in en om Den Haag. De koninklijke familie weet naar Engeland te

ontsnappen. Na vier dagen is de strijd nog niet beslist. Pas als de Duitsers Rotterdam op 14 mei bombarderen en dreigen met volgende verwoestingen, geeft Nederland zich gewonnen.

 

Een van de helden van deze slag om de residentie is eerste luitenant George Maduro. In Rijswijk heeft de vijand zich verschanst in de oude villa Dorrepaal aan de Vliet. Onder leiding van Maduro weet een eenheid van de Cavalerie de villa te heroveren en de Duitsers uit te schakelen. Dit levert hem veel bekendheid op. Maduro is in Willemstad, Curaçao, geboren in een welgesteld Joods milieu. Op tienjarige leeftijd komt hij naar Den Haag voor een gedegen Hollandse opleiding aan het Nederlandsch Lyceum. Deze school blijkt opvallend veel latere verzetsstrijders te hebben afgeleverd. Maduro studeert vervolgens rechten in Leiden. Hij krijgt ook een militaire opleiding als reserveofficier. Tijdens de bezetting weigert hij een Jodenster te dragen en sluit zich aan bij het verzet. Hij duikt onder, wordt twee maal opgepakt en gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Uiteindelijk wordt hij verraden en overgebracht naar een Duitse gevangenis en vervolgens naar concentratiekamp Dachau, waar hij kort voor de bevrijding op achtentwintigjarige leeftijd komt te overlijden aan vlektyfus.

George Maduro krijgt postuum de Militaire Willemsorde toegekend, de hoogste militaire onderscheiding voor dapper gedrag. In 1952 wordt in Den Haag een miniatuurstad geopend. De opbrengst is bedoeld voor een sanatorium voor studenten met TBC. Het stadje is tevens bedoeld ter nagedachtenis van George Maduro. Zijn ouders leveren het startkapitaal voor Madurodam. Ook op andere manieren wordt Maduro herdacht. Binnenkort zal zijn verhaal ook worden opgenomen in de Canon van de Nederlandse geschiedenis en zo onderdeel worden van het geschiedenisonderwijs in Nederland.

 

Na de capitulatie in mei 1940 verandert er het nodige in het straatbeeld van Den Haag: er verschijnen Duitse militairen in uniform en Duitstalige verwijsborden. Maar in het eerste oorlogsjaar merken de Hagenaars verder relatief weinig van de bezetting. Naarmate de oorlog vordert, verandert dit. Vooral de maatregelen tegen de Joodse Hagenaars worden steeds drastischer. Na totale isolatie

wordt deze groep volledig uit de Haagse samenleving verwijderd.

De maatregelen tegen Joden die in de jaren 30 in Duitsland gelden, doen tijdens de

bezetting ook in Nederland hun intrede. Vanaf het begin van de bezetting worden

Joodse burgers verdreven uit hun werk, verenigingen en uitgaansgelegenheden.

Deze verboden en beperkingen hebben tot doel de Joodse bevolking van haar rechten te ontdoen en haar geleidelijk uit het gewone leven te verwijderen. De Duitse bezetter volhardt in zijn pogingen de Joden te isoleren. Woningen, fietsen en andere bezittingen worden afgenomen, het stadscentrum rondom het Plein is voor Joden verboden gebied en Joodse kinderen moeten naar speciale Joodse

scholen in de Bezemstraat en de Fischerstraat. Vanaf augustus 1942 beginnen in Den Haag de deportaties naar het oosten. Met actieve hulp van de Haagse politie worden Joden uit hun huizen opgehaald. In tegenstelling tot Amsterdam zijn de deportaties in Den Haag minder

zichtbaar, omdat de ophaalacties vaak ’s avonds plaatsvinden. Ook worden Joden in kleine groepjes naar het Joods Tehuis aan de Paviljoensgracht gebracht, van waar zij via Station Staatsspoor naar Westerbork worden vervoerd. Van de ongeveer 17.000 Joden die in mei 1940 in

Den Haag wonen, overleven slechts enkele duizenden de oorlog.

Naast de Joden zijn er ook andere groepen die door de Duitsers vervolgd worden. Het gaat hier om veel kleinere groepen, zoals de Sinti en Roma . 112 Haagse Sinti en Roma worden in één keer via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Van alle 245 via Westerbork afgevoerde Sinti en Roma komen er na de bezetting maar dertig volwassenen terug.

 

Ook de rest van de bevolking krijgt meer direct met de oorlogshandelingen te maken.

De overgrote meerderheid van de Haagse bevolking houdt zich gedeisd tijdens de

bezetting. Slechts een klein deel gaat daadwerkelijk in verzet.

Nogal onschuldig is het leggen van anjers bij paleis Noordeinde tijdens de verjaardag van prins Bernhard op 29 juni 1940 of het dragen van een Oranjespeldje onder

de revers dat aan gelijkgestemden getoond wordt. Veel Hagenaars luisteren stiekem naar geallieerde zenders en proberen Duitse censuurbepalingen te omzeilen. Sommigen verlenen onderdak aan onderduikers, brengen illegale kranten rond of overvallen distributiekantoren.

Er ontstaan spontaan verzetsgroepjes, zoals die rond de Hagenaar Han Stijkel. De eerste grote georganiseerde verzetsorganisatie in Den Haag is de Ordedienst of OD, een voornamelijk uit militairen bestaande groep die probeert een ondergronds leger op te zetten. Dit leger zal

in actie komen als de Duitsers verslagen zijn om de orde te handhaven. De Duitsers weten meer dan honderd leden op te pakken en streng te straffen. In september 1944 worden de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) opgericht, voortkomend uit het verlangen van Londen om het gewapend verzet

te verenigen onder commando van prins Bernhard. Als duidelijk wordt dat de bevrijding aanstaande is, ontstaat een run op de BS. Steeds meer mensen sluiten zich aan bij het verzet, waaronder ook de nodige avonturiers en zelfs criminelen. Tal van hen worden opgepakt. In totaal vallen er ongeveer vijfhonderd slachtoffers in het Haagse verzet.

 

Vanaf 1942 moeten hele woonwijken plaatsmaken voor de aanleg van de Atlantikwall.

Nu de verovering van Engeland problematisch blijkt te zijn en de kans op een geallieerde

aanval op de kust toeneemt, besluiten de Duitsers een verdedigingslinie langs de kust

aan te leggen van Noorwegen tot aan Spanje. Dit heeft ook grote consequenties voor Den Haag.

Grote gedeelten van woonwijken worden gesloopt en parken en bossen worden gekapt om een schootsveld met een breedte van zo’n 350 meter te krijgen.

Even ten zuiden van de Sportlaan en de Stadhouderslaan worden 2500 woningen afgebroken, evenals zestig villa’s, het Rode Kruis ziekenhuis en enkele kerken. 135.000 Hagenaars, een kwart van de bevolking, moeten tussen eind 1942 en begin 1944 op stel en sprong hun woning ontruimen. Op karren en wagens voeren zij hun huisraad af. Uit Scheveningen moeten vrijwel alle inwoners verdwijnen. In de duinen, maar ook op de Scheveningse boulevard, worden in rap tempo bunkers gebouwd. Het zijn veelal Nederlandse aannemers die de door de bezetter ontworpen plannen uitvoeren.

 

Een andere Duits wapen dat ook veel impact heeft op den Haag is de V2, een raket die kan worden gelanceerd vanaf een mobiel platform. Hiermee hopen de Duitsers de Engelsen, die onophoudelijk Duitse steden en fabrieken met hun bommenwerpers bestoken, te demoraliseren. De eerste twee V-2’s worden op 8 september 1944 afgevuurd vanuit een villawijk in Wassenaar. In de daarop volgende periode lanceren de Duitsers in de Haagse regio 1039 raketten richting Londen, waar grote verwoestingen worden aangericht. De raketten worden afgevuurd op steeds wisselende locaties in bosrijk gebied, waar de raketten tussen de bomen niet opvallen. In 87 gevallen mislukt de lancering en valt de raket terug, waarvan elf in bewoond gebied in Den Haag. Het zwaarst getroffen worden bewoners van de Indigostraat, waar op 1 januari 1945 een V-2 neerstort. Er vallen 24 doden, onder wie negen kinderen. Vliegtuigen van de Engelse RAF bestoken bijna dagelijks de locaties waar de V-2’s worden aangevoerd en gelanceerd. Op 3 maart 1945 proberen

geallieerde bommenwerpers V-2’s in het Haagse Bos te vernietigen. Het bombardement treft echter niet zozeer het Haagse Bos als wel de aangrenzende woonwijk het Bezuidenhout. Die verandert in een vlammenzee waarin zeker 520 mensen de dood vinden. Een groot trauma voor veel Hagenaars, dat ieder jaar op 3 maart wordt herdacht.

 

Naast de militaire gevaren was er ook hongersnood, in 1944 breekt ernstige hongersnood uit.

Aan eten komen wordt een groot probleem. Het weinige dat nog te koop is, is onbetaalbaar. Hagenaars maken ‘hongertochten’ naar het Westland. Als daar alles op is, zoeken zij hun heil in het noorden en oosten van het land. In de laatste maanden van de oorlog zijn 200.000 Hagenaars (45% van de bevolking) aangewezen op de gaarkeukens voor een dagelijkse portie waterige soep of stamppot. Bij gebrek aan beter eet men zelfs tulpenbollen en suikerbieten en kookt men op noodkacheltjes, zogeheten Majo’s. De kacheltjes worden gestookt op hout

dat massaal uit huizen en parken wordt geroofd. Den Haag verloedert. Tussen januari en september 1945 komen ruim 2100 Hagenaars om van de honger. Op 24 april 1945 maken de BBC en Radio Oranje bekend dat geallieerde vliegtuigen boven West-Nederland voedsel zullen afwerpen. Vijf dagen later vliegen circa vierhonderd Amerikaanse en ruim vijfhonderd Engelse bommenwerpers

laag over en droppen duizenden voedselpakketten op de vliegvelden Ypenburg (Den Haag), Waalhaven (Rotterdam) en Valkenburg (bij Katwijk) en op de renbaan Duindigt in Wassenaar.                      Twee weken later zal de bevrijding van Nederland een feit zijn en is de oorlog ten einde.

 

Met het verstrijken van de tijd en het daarbij langzaam verstommen van de stemmen, die ons als laatste ooggetuigen kunnen vertellen over wat er is gebeurd, en vooral wat dit voor hen betekend heeft, maakt het juist urgenter om hier met elkaar bij stil te blijven staan en te blijven herdenken wat er toen is gebeurd en dit door te geven naar de toekomst. Deze verhalen, zowel die over de verschrikkingen van de oorlog, over het leed en het onmenselijk handelen jegens medemensen, door deze uit te sluiten te vervolgen en te vermoorden, als ook juist de mooie verhalen van solidariteit en saamhorigheid en medemenselijkheid kunnen ons verbinden als mensen en een kompas zijn waar we op kunnen varen bij het inrichten van een betere toekomst voor de mens, zonder haat en gecreëerde tegenstellingen die leiden tot oorlog en broedermoord onder mensen. Opdat dit nooit meer kan, mag en zal gebeuren.

 

Zegenbede ds Wietske Verkuyl

 

Als afsluiting van deze herdenking ga ik u voor in een zegenbede.

 

God van liefde,

zegen met troost

ieder die de pijn van oorlog met zich mee draagt.

Zegen met mededogen allen die bitter zijn en

zegen met vergevingsgezindheid

allen die anderen of zichzelf verwijten maken…

 

Om Uw Licht bidden wij U, God,

juist daar waar het duister is.

Om Uw harmonie bidden wij,

juist daar waar conflict heerst.

 

Wilt Gij ons zegenen met de kracht van Uw Liefde,

met die zachte kracht die uiteindelijk iedereen wint en alles overwint.

 

Wilt Gij ons zegenen met heilige verantwoordelijkheid

en met het vermogen om alle uitdagingen waar wij voor staan het hoofd  te bieden.

 

Zegen ons met integriteit en waarheid, God,

en met onderling vertrouwen,

zodat wij samen voortgaan op de weg naar Uw toekomst,

waar U alles bent in allen.

 

Zegen ons met Uw diepe vrede, God,

die alle harten samenbrengt.

AMEN

 

 

 

Back To Top
X